Multimedia
en Maatschappelijke Kwetsbare Jongeren


1. Motivatie & Doelstelling
- differentiatie wmkj - jongeren

2. Achtergrondinfo
- Studiedag Link in de Kabel
- van Kattekwaad tot erger
- gedragskenmerken mkj


3. Tips
- werken met mkj
- werken aan negatief zelfbeeld
- omgaan met ongewenst materiaal

1. Motivatie en Doelstelling

Werken met maatschappelijk kwetsbare jongeren is nooit vrijblijvend. Wie multimedia-ateliers geeft aan mkj stelt zichzelf daarbij voor een dubbele uitdaging. De vraag die we ons daarbij moeten stellen is die naar het waarom; waarom werken met mkj en waarom multimedia.
Voor onszelf zouden we de motivatie als volgt kunnen opvatten:
- de jongeren de mogelijkheid bieden zichzelf uit te drukken via multi-media
- de kennis en het gebruik van het Nederlands stimuleren in hun eigen belang (in tegenstelling tot het Vlaams Belang).
- aan hun zelfperceptie en dus toekomstbeeld laten werken door aan te tonen tot wat ze allemaal in staat zijn.

We moeten er bij stilstaan wat het objectief en gewenste resultaat is van die werking. Wat gebeurt er als we de jonger aanleren zichzelf via multimedia uit te drukken? We werken dan aan hun emancipatie. Maar bevordert dat ook de integratie van de jongeren? Staat integratie gelijk aan emancipatie en indien niet, waar ligt voor ons de klemtoon?

De jongeren zelf hebben vaak een heel andere motivatie en doelstelling dan de animator of het atelier. Voor de jongeren gelden weinig lange-termijn-doelstellingen. Ze willen graag (leren) chatten, spelletjes spelen en surfen, dat is voor de meesten de kern van de zaak. Ze verschillen daarin niet van de doorsnee computer- en internetgebruikers zo blijkt uit diverse studies, ook die zien het in eerste instantie als een vorm van entertainment. De voorkeur gaat dan ook dikwijls uit naar het spelen van spelletjes of het eenvoudig chatten met vrienden.

Maar dat hoeft niet in tegenspraak te zijn met de doelstellingen van de wmkj op zich, zoals verder zal blijken. E╚n van de oplossingen ligt bijvoorbeeld in het gebruik van chat-programma's als communicatiemiddel met de jongeren. Tijdens de ateliers van chicago wordt in hoofdzaak via een chat-programma gecommuniceerd wat enerzijds het gebruik van de software voor de hand liggend maakt en de jongeren er anderzijds toe aanzet het Nederlands te lezen en te schrijven.
Belangrijk is wel om de verwachtingen en mogelijkheden van de jongeren te screenen. Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de vragenlijsten in bijlage.

Wat betreft de taal valt het bij Chicago op dat de jongeren weliswaar naar het Nederlandstalig onderwijs gaan maar dat het niveau van hun taalkennis zeer primair is. We stellen vast dat het icit╚-atelier in die zin duidelijk een bijdrage levert aan de taalgevoeligheid en -kennis.

2. Achtergrondinfo

- 'Van Kattenkwaad tot erger. Actuele thema's uit de jeugdcriminologie'
Peter Goris, Lode Walgrave (Red.), uitgeverij Garant, Leuven-Apeldoorn 2002 ISBN 90-441-1225-2
Het boek 'Van Kattenkwaad tot erger' handelt over jeugdcriminologie en is in die zin slechts gedeeltelijk bruikbaar voor multimedia-ateliers met jongeren. Maar in hoofdstuk drie leggen de auteurs goed uit wat zij verstaan onder mkj en waarom het belangrijk is met hen te werken en welke psycho-sociale mechanismes meespelen in hun handelen.
Hieronder een korte samenvatting van dat hoofdstuk:

"De stabiliteit in de wijze waarop een subject het hier-en-nu ervaart en ermee omgaat, moet beschouwd worden als een soort residu van zijn individuele geschiedenis doorheen interacties, kansen en belemmeringen, die deels bepaald zijn door de sociale en maatschappelijke context waarin hij heeft geleefd."
Vanuit deze vaststelling gaan de auteurs op zoek naar de contextgerichte benadering en onderzoeken ze de delinquentie die verbonden wordt met de maatschappelijke marginaliteit of sociale uitsluiting waarin de jnge plegers opgroeien. Zo beschrijven ze ondermeer de kwestie van het 'social capital', met name de beschikking over sociaal getsructureerde netwerken, kennis, infrmatiekanalen, inzicht in rechten, plichten en verwachtingen, etc. Jongeren die niet over dit soort kapitaal beschikken en om die reden maatschappelijk kwetsbaar genoemd worden, en waar dit ontberen van sociaal kapitaal zich wreekt, zijn geneigd een alternatief te zoeken dat men kan omschrijven als 'criminal capital'. Ze meten zich een alternatieve levensstijl aan die hen voldoening schenkt waar het sociaal kapitaal dat niet doet.
Belangrijk hierbij zijn, zo blijkt, de schoolervaringen. De auteurs zegt hierover letterlijk dat de school een criminogene rol speelt, de criminaliteit dus als het ware uitlokt of veroorzaakt. Een sterke stelling die hij staaft met cijfermateriaal en relatief ingewikkelde schema's die het onderscheid moeten aantonen tussen een normale ontwikkeling en een gestoorde relatie op school. Sociale bindingen met en via de school lijken een cruciale rol te spelen met name daar waar jongeren zich wel of niet aanvaard voelen. Waar die sociale bindingen op school falen, lijken de jongeren af te stevenen op een individueel traject dat als maatschappelijk kwetsbaar wordt omschreven. De ongunstige maatschappelijke loopbaan van de ouders, hun ongunstige perspectieven en inadequaat opvoedingsmodel zetten zich verder doorheen de generaties. Het gezin wordt hier een reproductiesysteem van een maatschappelijke randpositie. Bovendien, zo menen de auteurs, werken de diverse maatschappelijke instellingen - met de school op de eerste plaats - op coherente wijze in op de geviseerde bevolkingsgroep, ze activeren een negatieve spiraal en doen dat op actieve wijze.
Hierbij wordt stilgestaan bij de positie van allochtone jongeren die oververtegenwoordigd zijn in de statistieken met betrekking tot delinquentie. Men wijt dit aan diverse factoren zoals een politionele en gerechtelijke selectiviteit, aan de culturele verschillen en tegenstellingen en aan de socio-economische uitsluitingsmechanismen waarvan ze het slachtoffer zijn. Het migrantenprobleem op zich bestaat niet, zo menen de auteurs omdat niet alle allochtone jongeren maatschappelijk kwetsbaar zijn of in de delinquentie terecht komen, maar bepaalde maatschappelijk kwetsbare groepen zijn nog meer kwetsbaar mdat ze allochtoon zijn. Er wordt kort ingegaan op de vraag waarom dit bij allochtone meisjes minder het geval is en de auteurs vinden een mogelijke verklaring in het feit dat het schooltraject voor meisjes minder belangrijk is omdat ze een ander sociaal rollenpatroon kennen en omdat peergroups ook een minder grote rol spelen. Over het belang van die peergroups wordt verder in het werk uitgebreid ingegaan.
Het concept van de maatschappelijke kwetsbaarheid wordt in dit hoofdstuk uitgebreid belicht. Men beschrijft ondermeer het verschil tussen het maatschappelijk aanbod en controle en de soms onevenwichtige verhouding in de balans tussen beide. De maatschappij doet aan haar burgers een belangrijk aanbod van opvoeding en vorming, ondersteuning en hulpverlening, veiligheid, kansen tot materi╬le welvaart, sociaal prestige, enz. Daartegenover staat een zekere mate van controle die door de maatschappij wordt uitgeoefend. Wie van het aanbod wil genieten, moet zich aan normen en regels houden en de voorwaarden tot aanpassing daaraan betekenen een bron van controle. De balans tussen beiden is niet altijd evenwichtig. Zo zijn er mensen die zelf de controlemechanismen besturen en er dus nauwelijks aan onderhevig zijn. Ze beschikken met andere woorden over een enorm sociaal kapitaal. Daardoor kunnen ze ongeremd van het aanbod genieten. "Het is de basis waarop witteboordcriminaliteit ontstaat", zo stelt het boek. Anderzijds zijn er bevolkingsgroepen die sterk geconfronteerd worden met controle, discriminatie en sancties maar die nauwelijks van het aanbod kunnen genieten. Deze groep noemt men maatschappelijk kwetsbaar. Belnagrijk in de term is de actieve, dynamische rol die de maatschappij speelt: die mensen zijn kwetsbaar, er zijn dus actoren nodig die hen kwetsen. Dat zijn de diverse maatschappelijke instellingen die ondermeer de controle uitoefenen, zoals de school, de sociale diensten, de werkloosheidscontrole, etc.
In een aparte paragraaf wordt dieper ingegaan over de specifieke rol die de school in dit geheel speelt, een rol die zowel positief als negatief kan zijn. Men overloopt in die paragraaf de resultaten van ╚╚n van de onderzoeksprojecten van de studiegroep. Van belang is hierbij de relatie tussen de leerkracht en de jongere. Een emanciperende gezagsrelatie, zo besluit men, voorkomt probleemgedrag. De school kan een actieve rol spelen in het activeren van de negatieve spiraal. Men concludeert dat er een cumulatief, interactioneel, socio-cultureel proces bestaat en dat de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid dit proces het best benadert. Hierin schuilt de meerwaarde van de theorie van de maatschappelijke kwetsbaarheid", aldus de auteurs, omdat het "een integratieve, dynamische theorie" is.
Niet alleen de school is bepalend in het zelfbeeld van de jongere dat zich ontwikkelt in de relatie met de leerkrachten en de medescholieren, ook de peergroup is dat. Dat zelfbeeld is overigens niet statisch: jongeren herscheppen hun zelfbeeld en handelen specifiek met het oog op een gunstiger zelfbeeld. Indien er zich wat dat betreft problemen voordoen op school, gaan jongeren hun zelfbeeld bepalen en vorm geven in relatie tot hun peergroup. Een delinquente peergroup en een problematische relatie op school blijken een belangrijke invloed te hebben op eventueel delinquent gedrag van de jongere. Men spreekt in dit verband van een 'defensief zelfconcept' waarbij de jongere zich afzet tegen de maatschappelijke structuren die hem kwetsen en op basis van die ervaring een 'alternatieve' levensstijl ontwikkelt. De vrijetijdsbeleving ╚n de school samen zijn dus belangrijke factoren die volgens de onderzoekers meer aandacht verdienen.

Wat ik hieruit zelf onthouden heb is het volgende:

- het belang van 'social capital': de beschikking over sociaal gestructureerde netwerken, kennis, informatiekanalen, inzicht in rechten, plichten en verwachtingen. Hieraan werken we zeer duidelijk in de ateliers.
- de school speelt een criminogene rol, lokt de criminaliteit dus als het ware uit of veroorzaakt ze. De mate waarin de jongeren zich aanvaard voelen is hierin meebepalend. Het lijkt me dus belangrijk dat we onze werking differenti╬ren van de schoolatmosfeer, dat de ateliers in niets gelijken op de school.
- diverse maatschappelijke instellingen - met de school op de eerste plaats - werken op coherente wijze in op de geviseerde bevolkingsgroep, ze activeren een negatieve spiraal en doen dat op actieve wijze. We moeten ons daarvan bewust zijn en er systematisch zorg voor dragen dat we het tegenovergestelde doen.

- "De digitale kloof bij maatschappelijk kwetsbare jongeren" studiedag 22 september '05 Link in de Kabel Leuven

De studiedag over de zgn. digitale kloof en maatschappelijk kwetsbare jongeren, was een ontmoeting tussen vertegenwoordigers uit politieke, economische en sociale middens. Mensen uit het veld, verantwoordelijke politici en sponsors gingen met elkaar in gesprek.

121 ingeschreven deelnemers uit het veld en de aanwezigheid van een Minister, diverse parlementsleden en medewerkers van kabinetten en managers uit het bedrijfsleven, tonen aan dat de vraagstelling op een brede belangstelling kan rekenen.
De door Agnetha Broos voorgestelde studie "De digitale kloof: lessen uit onderzoek" van het Centrum van Publieksonderzoek van de KUL maakt duidelijk dat die belangstelling niet onterecht is. (de studie werd aangevraagd en zal beschikbaar zijn op de website van Imagica). Niet alleen is de digitale kloof een realiteit, ze wordt bovendien groter en ze wint aan belang. Op zich een opmerkelijk feit.
Een aantal conclusies uit de studie lijken voor de hand te liggen: de digitale kloof is in essentie een economische kloof, van belang zijn ook de opleiding en tewerkstelling van de ouders (en opmerkelijk, de moeder lijkt hierin belangrijker dan de vader.)
Andere vaststellingen verbazen toch een beetje: 60procent van jongeren in het algemeen maakt zeer beperkt en niet frequent gebruik van ICT en 27procent is zelfs ICT-analfabeet.
'Link in de kabel' tracht aan die problematiek te verhelpen. Het is een samenwerkingsverband tussen diverse organisaties uit het veld, de stad Leuven en commerci╬le partners. Het is tevens de organisatie die aan de basis ligt van de studiedag en de gelegenheid te baat nam haar sponsors uitdrukkelijk te bedanken voor hun engagement.

Kritische bedenkingen

De managers van Telenet en Microsoft kregen in de paneldiscussies dan ook ruim de tijd om hun betrokkenheid te duiden en te verantwoorden in de mate waarin verantwoording nog nodig of relevant zou zijn. Diverse sprekers wezen er bovendien op dat de digitale kloof niet enkel gedicht wordt bij gratie van materi╬le middelen. De beschikking over performante computers en een snelle internetverbinding wordt weliswaar als voorwaarde erkend, maar ze is niet zaligmakend, zo wordt beklemtoond, ondermeer door Minister Vandenbroucke.
Hier stoten we op een vraag die in verband met maatschappelijk kwetsbare jongeren dient gesteld. De vraagstelling ontbrak een beetje op de studiedag; waarom is het belangrijk om de digitale kloof te dichten, met andere woorden, wat is onze motivatie?
Aangezien het gaat om maatschappelijk kwetsbare jongeren die, zoals we al eerder zagen, systematisch en actief gekwetst worden, is het van belang hen op dat vlak een duidelijke boodschap te geven. Hen laten werken met kreupele tweedehandscomputers op een 58bits-lijn, bestendigt en is een uitdrukking van dat kwetsen. Het doet dus precies het omgekeerde van wat we beogen. In die zin lijkt me de beschikking van performante computers en netwerken dus essenti╬el, niet alleen om technische maar vooral ook om sociale en psychologische redenen.
Microsoft en Telenet stelden zich op de studiedag expliciet tot doel en taak om organisaties die de digitale kloof willen dichten, bij te staan via sponsoring. Het is zeker een invalshoek en engagement dat we in het oog moeten houden en waarover we het eerste bedrijf zeker kunnen aanspreken.
Hierbij past echter nog een tweede kritische opmerking met betrekking tot de keuze van operating system en software. We stellen ons de vraag wat we de kinderen willen aanleren. En we vertrekken vanuit de stelling dat de kennis en vaardigheden die ze tijdens het atelier opdoen ook buiten dat atelier bruikbaar moeten zijn. Met andere woorden moeten ze met de opgedane kennis ook thuis of in een internetcaf╚ terecht kunnen. We stellen echter ook vast dat we de kinderen weinig uitleggen over de werking van computers, de werking van het internet zelf of het OS van de computer. Het gaat in essentie om de toepassing van software. Hierbij is het van belang dat de meeste kinderen (hun ouders) wellicht nooit professionele software zoals PhotoShop zullen kunnen betalen en het dus weinig zinvol is hen dat aan te leren. Anderzijds kan het ook niet de bedoeling zijn om de kinderen alle microsoftware aan te leren. Het gaat niet op de software van ╚╚n bedrijf te promoten of als standaard aan te prijzen. Wel integendeel, het lijkt me belangrijk dat we de kinderen tonen dat het meest populaire niet noodzakelijk het beste is en dat er vaak alternatieven bestaan die veel beter tegemoet komen aan de doelstellingen die ze zelf hebben. Vandaar wordt er geopteerd om zoveel mogelijk vrije software te gebruiken. Ook de suggestie om de kinderen vertrouwd te maken met diverse OS lijkt vanuit dezelfde optiek aangewezen.
- gedragskenmerken van maatschappelijk kwetsbare jongeren
Zonder te willen veralgemenen stellen we een aantal gedragsmoeilijkheden en/of emotionele moeilijkheden vast bij sommige van de jongeren.

Gedragsmoeilijkheden :


- Autoriteitsproblemen; aanvaarden niet zomaar gezag van anderen. Hierbij is het relevant een onderscheid te maken tussen macht en autoriteit. Autoriteit kan je uitstralen door je kennis over een bepaald onderwerp, terwijl macht vaak voortkomt uit fysieke kracht.
- Lage frustratietolerantie; weinig geduld, willen graag onmiddellijke bevrediging. Dit uit zich bij ict-ateliers bijvoorbeeld door agressie tegen de toestellen, bruut gedrag t.o.v. het klavier, herhaaldelijk en tot tientallen malen toe klikken op de verschillende muisknoppen. Uitleggen hoe een computer functioneert, duidelijk maken dat elke klik een opdracht is, dat het toestel bestaat uit fijne electronica en dat harde klappen niet werken, is belangrijk. Om de houding van de kinderen tov het materiaal in positieve zin om te buigen kan de inrichting van het lokaal zijn. Indien ze het gevoel hebben dat het hśn lokaal is, dat het hśn computers zijn, gedragen ze zich veel verantwoordelijker.
- Moeilijk motiveerbaar, tenzij voor chatten en surfen waarvoor geen motivatie vereist is. Het gebruik van chatsessies in functie van de motivatie kan helpen, net zoals het invoegen van spelelementen.
- Verminderd aandacht- en concentratievermogen; springen gemakkelijk van het ╚╚n naar het ander. Korte sessies dus met een gevarieerd aanbod.
- Weinig respect voor materiaal (zie ook lage frustratietolerantie). Soms 'eigenen' de kinderen/jongeren zich ook een computer toe. Ze hebben daar vorige week hun mail opgeschreven en die computer willen ze dus terug want daar zal ook hun post aankomen. Of ook: die is iets moderner van uitzicht en zal dus wel sneller zijn.

Emotionele problematiek :


- Laag zelfwaardebeeld, dat soms wordt gecamoufleerd door stoer machogedrag
- Egocentrisch; de hele wereld draait rond hen (of ze zouden dit toch willen)
- Aanklampend naar anderen toe of juist heel afstandelijk
- Zorgen liever zelf voor verwerping dan te worden verworpen door anderen
- Weinig inlevingsvermogen naar anderen
- Korte termijn planning; kunnen slechts een beperkte periode overzien
- Nood aan duidelijkheid en structuur
- Nood aan korte éénduidige boodschappen

3. Tips


- werken met maatschappelijk kwetsbare jongeren

Geef vooral aandacht aan de positieve kwaliteiten van de kinderen/jongeren en het potentieel dat bij hen aanwezig is, hun competenties; geef veel kleine pluimen, positieve feedback.
Geef de jongere het gevoel dat hij/zij het z╚lf heeft gevonden
Maak gebruik van kleine succeservaringen en bouw hierop verder
Pas op met kleine opmerkingen : deze worden door de jongeren vaak ervaren als een aanval op de persoon!
Wees zelf goed voorbereid op een activiteit (i.v.m. computer : weten wat je gaat doen)
Breng zoveel mogelijk structuur in je 'lessen' (bvb. vertel op voorhand wat je gaat doen, herhaal evt. kort wat je de vorige keer gedaan hebt, noteer wat je deze keer gedaan hebt in het logboek en vertel evt. ook wat je van plan bent de volgende keer te doen)
Deel uitgebreidere delen op in kleine afgesloten deeltjes; leer iets aan in (zeer) kleine stapjes
Werk in kleine groepen, liever twee groepjes van twee dan ╚╚n van vier
Spreek duidelijk af 'wie wat waar doet' (plaats van het gebeuren, wie geeft het, wanneer, op welke dag, wie mag er bij zijn, ...)
Geef korte, duidelijke opdrachten (gebruik ook duidelijke, eenvoudige taal!) die op korte termijn kunnen worden afgehandeld (geen opdrachten die lopen over verschillende weken)
Laat zoveel mogelijk zien (d.w.z. demonstratie, tonen op de computer i.p.v. enkel uitleg, instructies)
Zoek naar opdrachten die aansluiten op hun leefwereld (hobby's, ...); vertrek vanuit de persoonlijke kenmerken en interesses
Probeer opdrachten te koppelen aan (voor hen) belangrijke gebeurtenissen
Zorg voor veel afwisseling
Overschat hun mogelijkheden niet (bvb. ga niet af op het verbaal soms sterk uit de hoek komen)
Breng de jongeren indien nodig respect bij voor materiaal (hardware)
Leer hen zo nodig geduld op te brengen (bvb. bij het downloaden van een website)
Zorg dat je rustig kan zitten, zonder teveel afleiding
Maak geen te lange sessies
Wees kordaat (bepaal zelf de grenzen en hou die vast), maar sta ook open voor humor
Wees consequent
Tracht hen te motiveren (bvb. na een stukje werken mogen ze een spelletje spelen, of leg uit waarom een bepaalde computervaardigheid nuttig kan zijn voor hen, ...). Bij Chicago hebben we afgesproken dat ze - indien ze goed meewerken - het laatste kwartier vrij kunnen chatten en surfen.

- werken aan het negatieve zelfbeeld van de jongeren

Geef de jongere, zo mogelijk, een eigen 'user' of gebruikersnaam.
Stel eens hun tekening in als achtergrond of hun naam als schermbeveiliging.
Benader de jongeren positief: heb aandacht voor het positieve, uit waardering voor 'sociaal aanvaardbaar gedrag', geef opbouwende kritiek, beoordeel niet onnodig, vergelijk niet met anderen, geef aan welk effect iemands gedrag had op jou en wees duidelijk over welk gedrag je van je jongere verwacht.
Laat de jongeren eens iets voortonen, iets uitleggen aan anderen (of aan jou!).
Ga op zoek naar gebieden waarop ze goed kunnen presteren. Ga zo nodig terug naar het peil / (verstandelijk) niveau waar ze w╚l competent zijn.
Maak/houd de (lesgeef)situatie overzichtelijk, bvb. a.d.h.v. handboek, logboek, Í
Voorzie problemen en bereid deze evt. samen voor, nl. om mislukkingen zoveel mogelijk te vermijden, of om onmacht te voork█men (bvb. hou rekening met de voorkennis).
Bevorder en ondersteun zelfstandigheid zoveel mogelijk: laat de jongeren zelf dingen doen, of een (computer)probleem oplossen, ook al is het resultaat niet zo mooi, of duurt het langer, of kost het wat moeite en verleen enkel hulp waar iemand ╚cht op een mislukking afstevent, of als iemand het ╚cht vraagt.
Stel vragen om het probleem te analyseren en te concretiseren, bv. Hoe komt het volgens jou? Wat gaat er moeilijk?, of deel het probleem op in deelaspecten.
Geef aandacht aan het proberen, evenveel of meer dan aan het resultaat.
Zoek evt. naar andere, positievere interpretaties van de situatie.

Vragen bij het bepalen van de atelierinhoud


Ben ik zelf voldoende vertrouwd met dit 'computeronderwerp'?
Sluit dit onderwerp aan bij de interesses en behoeften, m.a.w. bij de leefwereld van de jongeren?
Bezitten de jongeren voldoende voorkennis om met dit onderwerp van start te gaan?
Sluit het aanleren van deze ICT-vaardigheid aan bij wat de jongeren (aan)kunnen?
Heeft dit onderwerp ook een 'pedagogische meerwaarde', nl. draagt het bij tot de verstandelijke, emotionele, sociale, ... ontwikkeling van de jongeren?
Helpt deze kennis of vaardigheid de jongeren bij de integratie in en participatie aan onze steeds verder 'digitaliserende' samenleving? Helpt het bij de emancipatie van de jongeren?

Om gaan met ongewenst materiaal op het internet

Tijdens het surfen komen de jongeren soms gewild of ongewild op sites die niet voor hen bestemd of geschikt zijn of komen ze in contact met ander materiaal dat hen kan shockeren. Op zoek naar foto's van dieren in functie van een collage, kwamen de meisjes bij Chicago bijvoorbeeld op een foto van een hengst die zich in het gras rolde met de poten wijd open. Wat er te zien was gaf aanleiding tot heel wat hilariteit. Of ze komen via een date-site terecht op een lesbische pornosite.
De aard van de doelgroep maakt dat die materie erg gevoelig ligt. Het is echter geen reden om het 'niet op te merken' of er onverschillig tegenover te staan. Duiding is alleszins gepast. De vraag wat we zien is wellicht minder belangrijk dan 'wie zet dat op het net', 'met welke bedoeling' en 'voor wie is dat bestemd'.
Geef jongeren verantwoordelijkheid. Leer hoe ze zelf op het internet kunnen zoeken zonder al te groot risico op 'ongeoorloofd materiaal' (o.a. porno, geweld, rassenhaat, sekten, drugs, gokken, Í).

Geef jonge kinderen vertrouwen en stel ze gerust. Als ze toch in aanraking komen met 'ongewenst materiaal', reageer en wees niet bang om erover te praten. Een gesprek over de 'eigenaardige vondsten' op het internet en wat het kind daarbij voelt, is daarbij de beste aanpak.
Leg uit wat 'spam' of 'junk mail' is, en ook het risico dat hieraan is verbonden, nl. zowel het geconfronteerd worden met evt. shockerende beelden, als het binnendringen van virussen via het openen van mails van onbekenden.
Breng je jongeren op de hoogte van het potenti╬le gevaar van chat, en leer ze hoe ze dit risico kunnen beperken. Dit kan bvb. a.d.h.v. de 'veilig surfen' tips in de praktijkmap of de 'Surf Safe' veiligheidstips van Childfocus.
Hou het surfgedrag van je jongeren (vooral tijdens de 'les') in het oog, bvb. via de knop "geschiedenis" in de standaardbalk van je browser/navigator, of maak tenminste duidelijk aan je jongeren dat je hun surfgedrag kĚn nakijken.
Spreek erover met je jongeren als je merkt dat ze 'ongeoorloofde websites' (porno, geweld, rassenhaat, sekten, drugs, gokken, Í) bezoeken. Leg uit waarom je niet wil dat je jongeren bepaalde sites bezoeken. Gaat het bvb. om commerci╬le of andere uitbuiting? Welk beeld van de vrouw wordt er bvb. opgehangen?